Posted by Stefan van Bogget on 01/12 at 09:05 AM

Een nieuw theater voor Meierijstad

Door Arjen van den Boogaart en Stefan van Bogget*
 
Vandaag vond de eerste voorstelling plaats in de nieuwe middenzaal van het theater op de Noordkade. Zoals zoveel andere activiteiten op de Noordkade is het theater ook “gewoon begonnen”. Bijzonder is het echter wel!
 
Industriële bakermat van Veghel
Met de herontwikkeling van de Noordkade is een tweede leven gegeven aan de mengvoederfabriek van de Coöperatieve Handels Vereniging (CHV) aan de Oude Haven, waar al in 1915 een grote graansilo verrees. Deze Wiebenga silo is inmiddels een Rijksmonument. Vanuit het gebied rond de Oude Haven (Heilig Hartplein, Noordkade, NCB-laan en Zuidkade) heeft de industrie in Veghel zich verder ontwikkeld tot de huidige economische motor met toonaangevende bedrijven. Met het hergebruik van de mengvoederfabriek blijft het CHV-terrein als industrieel erfgoed behouden voor toekomstige generaties. Daarom neemt de provincie Noord-Brabant via het ontwikkel- en investeringsprogramma de Erfgoedfabriek ook deel in deze gebiedsontwikkeling.



Organisch groeien
Rond 2008 werd definitief duidelijk dat de CHV-mengvoederfabriek zijn functie zou gaan verliezen. Het hergebruik van het terrein en de gebouwen is te danken aan bouwondernemers Stefan en Frank van de Ven, die werden gegrepen door de authenticiteit van de robuuste gebouwen en de verhalen van (voormalige) werknemers over de mengvoederproductie. Door het terrein aan te kopen en diverse kunstenaars, artiesten en de Stichting Industrieel Erfgoed Meierij (SIEMEI) in staat te stellen ruimten in gebruik te nemen en zichzelf en het terrein te tonen aan belangstellenden, is “gewoon begonnen” met de herontwikkeling.
 
In 2011 is het concept voor de herontwikkeling van het gebied uitgewerkt in een masterplan door Pi de Bruijn. De centrale gedachte van dit masterplan: “Culturele bedrijven en ondernemers brengen op Noordkade kunst, cultuur en food samen”. In combinatie met de industriële achtergrond, levert dit een unieke en onderscheidende locatie op waar veel kansen liggen. Vervolgens zijn door te “tuinieren” met de mogelijkheden van de gebouwen diverse partijen geïnteresseerd voor het gebied. Cruciaal hierin was het besluit in 2012 van de gemeente Veghel (nu Meierijstad) om deel te nemen in de gebiedsontwikkeling en alle kunst- en cultuuractiviteiten te concentreren op de Noordkade . Met de komst van de servicebioscoop Industry, restaurant Wittern, restaurant P’rooflokaal (nu Silly Fox) en evenementen in de Koekbouw kreeg het gebied tegelijkertijd een stevige commerciële impuls.
 
Met de intrek van de stichtingen Phoenix Cultuur (muziek, dans, cultuureducatie, Kreatech), Kunstgroep De Compagnie (voorstellingen, exposities), Cultuurhaven Veghel (zalenverhuur, Afzakkerij), Fabriek Magnifique en de komst van jongerencentrum De Kluis op de Noordkade is in 2013 fase 1 van het kunst- en cultuurcluster (nu Cultuurfabriek Noordkade)  in gebruik genomen. Eind 2013 is door de gemeente en het bestuur van theater De Blauwe Kei besloten de theaterfunctie (als fase 2 van het kunst- en cultuurcluster) van het Stadhuisplein te verplaatsen naar de Noordkade en kon de planvorming voor de nieuwe zalen beginnen. In de loop van 2015 en in latere jaren zijn ook de Jumbo Food Markt en Academy, Pieperz (beste friet van Brabant), de Proeffabriek (waarin lokale ondernemers hun producten bereiden en verkopen), de Escape Room en cursussen van het ROC in het gebied van start gegaan.
 
Het nieuwe theater en de brug
Met de realisatie van de nieuwe theaterzalen, in combinatie met de bouw van de brug die de Noordkade met de Zuidkade verbindt, wordt nu de volgende ambitieuze stap gezet in de gebiedsontwikkeling. In de nieuwe middenzaal en foyer (een ontwerp van architect Kurt Gouwy) kunnen, afhankelijk van het type voorstelling of congres, tot 700 bezoekers worden ontvangen. Daarnaast worden er drie kleinere zalen in gebruik genomen, te weten de Podiumzaal (235 stoelen), het Magazijn (100 stoelen) en de Theaterstudio (65 stoelen). De totstandkoming en de exploitatie van het nieuwe theater is evenals bij het kunst- en cultuurcluster fase 1 een samenwerkingsverband tussen Noordkade Ontwikkeling (bouw en eigenaar casco theater en foyer), de gemeente Meierijstad (huurder en investeerder in theatertechniek en inventaris) en de stichting Cultuurfabriek Noordkade, waarin de theaterfunctie van De Blauwe Kei is ondergebracht (exploitant).



Tegelijk met de ingebruikname van het nieuwe theater wordt de op 19 december jl. geplaatste brug over de Oude Haven afgebouwd. De brug bestaat uit een openbaar toegankelijk deel en een brugdeel dat specifiek door Jumbo kan worden gebruikt en sluit direct aan op de foyer van het theater. Door de brug wordt de Noordkade voorzien van een extra toegang voor bezoekers. Aan de zijde van de Zuidkade worden meer dan 100 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Momenteel wordt ook de uitbreiding van het hoofdkantoor van Jumbo aan de Zuidkade (Jumbo Tech Campus), die aansluit op de brug, binnen een samenwerking tussen Jumbo, Bouwbedrijf Van de Ven en de gemeente Meierijstad voorbereid.



Dynamiek
De Noordkade blijft in beweging! Voor de uitbreiding van verschillende functies zijn er alweer plannen in ontwikkeling. Daarnaast wordt de openbare ruimte binnen het gebied fasegewijs verbeterd. Dit gebeurt onder meer doordat Noordkade Ontwikkeling in samenwerking met de gemeente Meierijstad een reconstructie van de weg tussen het Heilig Hartplein en de silo’s op het terrein gaat uitvoeren. Hierdoor wordt de entree van de Noordkade langs de Oude Haven aantrekkelijker voor fietsers en voetgangers.
 
In de directe omgeving van de Noordkade blijft de dynamiek onverminderd hoog. Zoals gezegd wordt het hoofdkantoor van Jumbo uitgebreid met de Tech Campus en is ook buurman Friesland Campina bezig met de uitbreiding en optimalisering van zijn bedrijfsvoering  aan de NCB-laan (met de restwarmte uit de bedrijfsvoering van Friesland Campina wordt het Noordkade-complex verwarmd). Een belangrijke ontwikkeling is voorts de verbreding van de provinciale weg N279 naar 2 x 2 rijstroken ter hoogte van de kern Veghel. Dit betekent onder meer dat een aanpassing van de aansluitingen NCB-laan en Zuidkade zal plaatsvinden.
 
Projectmanagement
Vanwege de hoge mate van dynamiek in de (deel)projecten en de omgeving is er veelvuldig overleg met direct betrokken partijen en diverse adviseurs in stuurgroepen, werkgroepen, ontwerp- en bouwteams. Daarbij is de centrale insteek, dat de projectorganisatie bijdraagt aan het ontwikkelen van tempo om te komen van idee c.q. schetsplan naar realisatie. Dit vergt een belangrijke inspanning van alle partijen wat betreft de wijze van samenwerking en het respecteren van wederzijdse belangen. Een belangrijk element in de planvorming is daarnaast het tijdig delen en bespreken van ideeën en ontwerpen met omwonenden. De projectorganisatie is geformeerd  rond een aantal gezamenlijk gedragen resultaten:

  • Bouw van casco en afbouw (theatertechniek en inrichting) van het kunst- en cultuurcluster fase 2 (middenzaal, tussenzone, kleine zalen);
  • Bouw van de brug Noordkade-Zuidkade;
  • Transitie organisatie Blauwe Kei naar theaterorganisatie Noordkade (ontwikkeling organisatie Cultuurfabriek Noordkade);
  • Te maken (contract)afspraken tussen gemeente Meierijstad, eigenaar (Noordkade Ontwikkeling) en gebruiker (Cultuurfabriek Noordkade/De Blauwe Kei);
  • Realisatie ambitie reconstructie openbare ruimte;
  • Totstandkoming afwijkingen van bestemmingsplannen en omgevingsplan;
  • Afstemming met provincie over invulling provinciale objecten;
  • Bouw van de Jumbo Tech Campus (afstemming tussen gemeente Meierijstad en Jumbo over de uitbreiding van het hoofdkantoor).


Kom naar de Noordkade!
In de afgelopen jaren hebben al veel bezoekers hun weg naar de Noordkade gevonden. Nu het theater zijn deuren heeft geopend, is het toch al omvangrijke aanbod op het gebied van kunst, cultuur en food nog verder uitgebreid. Met het nieuwe theater is de Noordkade dé centrale plek voor (professionele) voorstellingen in Meierijstad en een bezoek meer dan waard!
 
 
* Arjen van den Boogaart (Louter projectmanagement) en Stefan van Bogget (Rho adviseurs voor leefruimte) zijn als projectmanager namens de gemeente Veghel (nu Meierijstad) verantwoordelijk  (geweest) voor de gebiedsontwikkeling Noordkade-Zuidkade.
 
 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 01/09 at 11:50 AM

De Haagse oplossing voor de mestfraude

Hoe reageert de Haagse politiek op recente onthullingen over grootschalige mestfraude? Eric van der Aa verbaast zich in zijn column in het vakblad Toets

Deel deze pagina

Posted by Guido van Loenen on 12/11 at 10:20 AM

#Hoedan

In de gemeente Beuningen worden duidelijke doelen gesteld als het gaat om energietransitie. In een gebiedsproces met de samenleving gaan we met een missie op pad, zo schrijft Guido van Loenen in een column in het magazine Ruimte+Wonen. Je leest zijn bijdrage hier.  

Deel deze pagina

Posted by Remco Smit on 10/30 at 08:12 AM

Parkeernormen staan geparkeerd



‘De gemeente toetst uw aanvraag met behulp van de vastgestelde parkeernormen’, zo valt te lezen op de website van een willekeurige gemeente. Voor ieder te realiseren bouwplan eist een gemeente dat het plan voldoet aan de geldende parkeernorm. Maar zijn de gemeentelijke parkeernormen nog van deze tijd? Te vaak toetsen we bouwplannen aan achterhaalde cijfers. Acht, negen en soms wel tien jaar oude documenten zijn de basis voor het bepalen van de parkeerbehoefte van een toekomstbestendige ontwikkeling. Wat gaat hier fout?

De afgelopen maanden heb ik mij geregeld met verbazing gebogen over parkeervraagstukken. Vaak in opdracht van ontwikkelaars, maar in afstemming met de gemeente. Zo vroeg een gemeente ons rekening te houden met het feit dat de plaatselijke parkeernorm vandaag de dag niet meer aansluit bij de kenmerken van het projectgebied. Met de achterliggende vraag of wij rekening konden houden met een voorstel om af te wijken van de geldende parkeernorm middels ontheffing. Bij een andere gemeente liep de discussie vast op de vastgestelde minimale en maximale parkeernorm. Want het autobezit in een bepaalde kern van de gemeente week inmiddels dermate af van het gemiddelde, dat de geldende parkeernorm hier wellicht niet meer passend zou zijn.
 
Kortom, door gebrek aan actuele parkeernormen rekenen we ons suf met verouderde cijfers. Past een ontwikkeling niet? Dan toch maar een bouwlaag minder om onder aan de streep goed uit te komen, toch? Dit gaan ten koste van het bouwplan en bijkomende voordelen. Zonde! En wanneer dat plan uiteindelijk is gerealiseerd, dan stellen we hele andere eisen aan bereikbaarheid, leefbaarheid en personenmobiliteit. We maken namelijk een enorme transitie door. De zelfrijdende auto gaat zijn intrede doen en de (elektrische) fiets helpt ons steeds grotere afstanden overbruggen. Daarnaast zijn er hoogwaardige openbaar vervoerverbindingen ontstaan in en rondom onze steden. Om  nog maar te zwijgen over smart mobility-concepten.

Ja, er zijn gemeenten die wél werken met nieuwe parkeernormen. Hierin worden ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld autobezit nauwkeurig meegenomen. Uit recent onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (Kim) blijkt dat tussen 2005 en 2017 het autobezit met twaalf procent is toegenomen. De groei zit vooral bij 65-plussers, bij jongvolwassenen is het autobezit afgenomen (Mobiliteitsbeeld 2017, KiM). Niet verwonderlijk dat de gemeente Amsterdam bij de nieuwe parkeernormen in bepaalde gebieden geen minimale parkeernorm meer hanteert. Want Amsterdam ziet het autobezit al jaren afnemen in met name ‘jonge’ stadsdelen en verwacht dat deze trend de komende jaren doorzet.

Door het schrappen van een minimale parkeernorm krijgen ontwikkelaars ruimte. Ruimte om nieuwe trends in mobiliteit een plek te geven in de planvorming. Daarnaast zijn er hierdoor minder beperkingen voor ontwikkelaars bij (nieuw)bouwprojecten. Dit past in het beeld van de aanstaande Omgevingswet. Het omgevingsplan,  onderdeel  van deze nieuwe wet en opvolger van het bestemmingsplan, maakt ruimte voor maatwerk en schrijft minder regels voor. Parkeernormen moeten straks ‘landen’ binnen deze nieuwe wet.

Ik zeg: genoeg redenen om parkeernormen te herzien! Wij denken graag met u en de gemeente mee. Eerst kijken we uit naar de preview van de nieuwe CROW-parkeerkencijfers tijdens het nationaal verkeerskundecongres. Veel gemeenten zijn met de parkeernormen volgend aan deze kencijfers. Wellicht komen de parkeernormen daarom sneller uit de ‘parkeerstand’ dan we nu vermoeden.

 

Deel deze pagina

Posted by Stefan van Vessem on 10/20 at 09:46 AM

Vergunning is meer dan opsomming van verplichtingen



In mijn eerdere blogs heb ik aangegeven hoe belangrijk een voortraject is in een vergunningprocedure. Uit alle berichten en conceptstukken blijkt daarnaast dat de nieuwe Omgevingswet volledig inzet op het voortraject van een procedure. Nóg meer dan onder het huidige regime van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Al die dure onderzoeken die worden geëist door een gemeente of provincie. Als overheid jaagt je een initiatiefnemer op enorme kosten. Kan dat niet anders?

Het antwoord is, als zo veel dingen, niet zwart of wit. Ik zal de laatste persoon zijn die beweert dat al die onderzoeken niet veel geld kosten. Ik wil in dit blog alleen wijzen op de andere kant van die verleende vergunning. Het is namelijk echt meer dan enkel een verzameling van voorschriften die je verplichten binnen kaders te blijven en waarvoor je een vermogen aan ‘nutteloze’, tijdelijk houdbare onderzoeken uitvoert. Of het nu gaat om een omgevingsvergunning bouwen, afwijken van bestemmingsplan, Waterwetvergunning of een omgevingsvergunning milieu. Een vergunning legt niet alleen beperkingen op. Het geeft je ruimte om je plan te verankeren in wetgeving. Het levert je rechten op!

Ik geef een voorbeeld: bedrijf X vestigt zich op een industrieterrein. Bekend is dat de beschikbare ruimte op het gebied van geluid niet enorm groot is. Bedrijf X voorziet voor de toekomst echter een verdubbeling van de benodigde oppervlakte. Dat zou in een tweede fase kunnen worden gerealiseerd. Neem je in de vergunning die beoogde bedrijfsuitbreiding mee of niet? Het benodigde onderzoek voor ‘fase 1’ is eenvoudiger en goedkoper. Het meenemen van fase 2 in je vergunning vraagt anticiperen op een situatie die nog niet bestaat. Lastig? Ja, kostbaarder? Ook ja. Verstandig? Ik zeg dubbel en dwars nog een keer ja!

Het nu claimen van die geluidruimte voorkomt dat de geluidruimte door de buurman zal worden ‘weggesnoept’. Een andere afweging kan zijn: stel dat ‘fase II’ nooit gaat worden gerealiseerd, heb ik dan voor niets dat hele uitgebreide vergunning traject opgetuigd? Mijn antwoord is nee! Dat opgetuigde vergunning traject heeft er namelijk toe geleid dat je bruikbare milieuruimte ‘in portefeuille’ hebt. Met de fysieke ruimte die in Nederland steeds beperkter wordt kan de investering in een uitgebreid vergunning traject met zorgvuldige onderzoeken wel eens heel erg lonend zijn. Het terrein ‘fase II’ heeft namelijk vastgelegde milieuruimte, verworven rechten die klinkende munt waard is. Een mogelijke productieverdubbeling is verzekerd, in ieder geval aan de vergunningenkant. Zelfs bij het niet in gebruik nemen van fase II zou de investering aan de voorkant wel eens waardevoller kunnen zijn dan sparen op dit moment bij de bank.

Nu is bovenstaand voorbeeld met geluid tastbaar en vrij typisch. Het geldt echter ook voor alle andere gebieden zoals planologische verankering in een bestemmingsplan, externe veiligheid, geur of stikstofdepositie. Ook in je Waterwetvergunning of Wet natuurbeschermingsvergunning is ‘ruimte’ te verankeren. Dat laatste zeer zeker nu die bubbel nog niet gebarsten is zoals collega Eric van de Aa in zijn blog benoemt.

Een vergunning is dus zeker veel meer dan een opsomming van opgelegde beperkingen. Ik benadruk bij mijn klanten altijd de afweging van het vastleggen van rechten die een ruim ‘vergunningjasje’ voor de toekomst  kan opleveren. Onderwerpen als toekomstbestendigheid en ruimte om uit te breiden moeten in het voortraject niet worden onderschat. Een vergunning is namelijk meer dan een opsomming van verplichtingen.

 

 

 

Deel deze pagina

Posted by Ruud Keesmaat on 10/03 at 03:43 PM

Hulp bij snelle herontwikkeling winkelcentrum Meppel



Meppel kent als middelgrote regionale centrumgemeente ook de nodige binnenstedelijke uitdagingen. Zo was met het faillissement van Vroom & Dreesmann en het vertrek van de Plus-supermarkt de loop naar winkelcentrum Keyserstroom er behoorlijk uit. Daarnaast speelde er een stevige discussie over  achterstallig onderhoud aan het op het dak gelegen parkeergarage.

Dat deze situatie niet kon voort duren werd het sterkst gevoeld door de eigenaar van het winkelcentrum. Hij benaderde de gemeente met een herontwikkelingsplan met toevoeging van horeca, entertainment (bioscoop en game-room) en ontmoetingsruimte, deels ter vervanging en aanvulling op de aanwezige winkelruimte.
Dit herontwikkelingsplan sluit goed aan op de structuurvisie van Meppel en viel daarom in goede aarde. Een goed plan met een investering van ettelijke miljoenen euro’s door de ontwikkelaar. De gemeente Meppel wilde graag mee werken omdat het plan een aantal doelen diende. Niet alleen vermindering van ruimte voor detailhandel, maar ook verlevendiging van het centrum en het tegengaan van leegstand. Daarbij kwam ook nog eens de renovatie van de door de gemeente beheerde parkeergarage, inclusief afspraken over onderhoud en beheer van de parkeergarage én de basis voor een nieuwe huurdersovereenkomst.

Rho adviseurs werd benaderd voor ondersteuning bij het onderhandelingsproces. Over de belangrijkste zaken was er overeenstemming en het zou, volgens de projectleider, slechts gaan om afronding van de onderhandelingen. Alles moest zeer snel afgerond zijn omdat de vastgoedeigenaar een aanstaande vakbeurs wilde gebruikten voor extra publiciteit. Maar, zoals vaker, verlopen dit soort processen minder vloeiend dan verwacht.

Nu de overeengekomen afspraken in een overeenkomst werden gegoten bleek er toch nog behoorlijk wat zaken niet geheel te zijn afgehecht of werden anders ‘begrepen’. Rho adviseurs schoof aan bij de onderhandelingen met als opdracht het helder en begrijpelijk houden van de afspraken over de feitelijke herontwikkeling en afhechting van de claims over het onderhoud van de parkeergarage. Maar wel: meer werk aan de winkel dan vooraf door de projectleider ingeschat. Bij het opstellen van contracten geldt dan: zorgvuldigheid voor snelheid. Dat bleek goed aan te sluiten bij de ideeën van de projectleider die mede door de steun van Rho adviseurs de wethouder daarvan kon overtuigen.

In een zeer flexibel en intensief traject hebben de financiële en juridische deskundigen van Rho adviseurs gezorgd voor goede afhechting van de met de ontwikkelaar gemaakte afspraken, vastgelegd in heldere contracten. Een anterieure overeenkomst voor de feitelijke ruimtelijke ontwikkeling én een vaststellingsovereenkomst voor de  aanspraken over  onderhoud en beheer van de parkeergarage. Naast de juridische vertaling heeft Rho adviseurs  ook gezorgd dat valkuilen zijn vermeden en dat de projectleider zich zeer gesteund voelde in zowel de onderhandelingen als in de advisering aan het college van burgemeester en wethouders.

Over de dienstverlening van Rho adviseurs was de opdrachtgever uiterst tevreden. Ondanks de hick up’s is de deadline toch gehaald en de afspraken zijn goed vastgelegd.

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 10/02 at 11:54 AM

Het PAS-kaartenhuis stort in

Onlangs blogde ik over het meetnet ammoniak in natuurgebieden en over het ontbreken van actuele meetresultaten. Na kritische Kamervragen heeft minister Van der Kamp (Economische Zaken) ervoor gezorgd dat deze metingen sinds vrijdag j.l weer openbaar zijn. En zoals verwacht: de ammoniakconcentraties in Natura 2000-gebieden zijn sterk gestegen - geheel tegengesteld aan de aannames in het overheidsprogramma Aanpak Stikstof (PAS) op basis waarvan de veehouderij al weer twee jaar fors mag uitbreiden.

​Lees hier mijn volgende blog over dit onderwerp op online kennisplatfor Toets.

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 09/27 at 02:17 PM

Landbouw moet volgen, niet leiden



Hoe heeft het zo ver met de industrialisatie van ons landschap kunnen komen? Het antwoord daarop is vrij eenvoudig: we worden al decennialang geregeerd door boeren en jagers. Dat heeft geleid tot een industrieel ingericht agrarisch landschap waarin de economische exploitatie van het land voorop staat. Alle andere belangen en waarden hebben daarvoor moeten wijken. Tot nu. Het is de hoogste tijd voor een omslag.
 
Het ‘oude denken’ heeft ons internationaal in de top-drie gezet voor wat betreft de agrarische productontwikkeling, inclusief het dier de koe, grondopbrengst, agrarische technologie, export van betekenis, en meer van dit soort vooral economisch gelauwerde zaken. Er is veel opgeofferd om hier te komen ten gunste van een sector die ons landschap drastisch heeft gewijzigd en dat maar een marginale inbreng heeft in ons bruto nationaal product.
 
Daartegenover staan inmiddels hoge kosten en negatieve effecten. Zo zijn de kosten van de gezondheidszorg bijna niet meer op te brengen. Niet alleen de lichamelijke ziektes die voortvloeien uit de producten, ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en veel antibiotica vormt een regelrechte bedreiging voor de menselijke gezondheid. Er is ook een toenemend mentaal gezondheidsprobleem: mensen ervaren geen geluk en welbevinden meer in de eigen omgeving die er doods en afgesloten bij ligt.
 
Hoge prijs
 
Daarnaast betalen we een hoge prijs om onze voeten droog te houden in het steeds verder inklinkende land. De kosten vanwege onder meer verzakkende infrastructuur en bebouwing worden hoger en hoger. Negatieve effecten zijn voorts het bijna uitgewoonde veenweidelandschap, waarin de landbouw op de huidige wijze niet al te lang meer kan worden voortgezet.
 
Datzelfde veenweidelandschap staat, vanwege de lage waterstand ten gunste van de moderne landbouw, hoog in de lijst van veroorzakers van CO₂-uitstoot in Nederland. De flora en fauna is vrijwel uit het agrarisch landschap verdwenen. Dat verlies aan biodiversiteit is niet alleen dramatisch voor de dieren en planten zelf, maar vormt ook een bedreiging voor ons welzijn en ons voortbestaan.
 
Op meerdere terreinen bundelen inmiddels burgers hun krachten omdat zij zich niet langer kunnen verenigen met de wijze waarop met de aarde wordt omgegaan. Een goed voorbeeld is de energietransitie waarbij op lokaal niveau energiecorporaties worden opgericht om niet langer afhankelijk te zijn van de grote maatschappijen.
 
Vanuit de samenleving ontstaat ook steeds meer weerstand tegen de gevolgen van de gangbare landbouw. De vele ziektes, de schandalen met voeding en de doodsheid van het industrieel landschap leiden ertoe dat mensen zich gaan verzetten. Er is al een omslag in het denken ontstaan: op lokaal niveau slaan burgers en boeren de handen ineen om op een andere, duurzame wijze met het landschap en de landbouw om te gaan. Daarbij is meer oog voor biodiversiteit en een evenwichtige duurzame balans tussen economie en natuur. Een mooie omgeving biedt veel grotere economische mogelijkheden en nieuwe impulsen.
 
Deze ontwikkeling past in het nieuwe denken waarvoor de Omgevingswet ruimte biedt. De nieuwe wet brengt een aantal thema’s in het fysieke domein samen. Onder fysieke leefomgeving worden veel meer ruimte voor kwaliteit en de waarden van de omgeving begrepen. Zij worden gebundeld in begrippen als ‘gezondheid’, ‘leefbaarheid‘, ‘duurzaamheid’ en ‘veiligheid’, mede ook in relatie tot de intrinsieke waarde van mens en dier.
 
Bedreiging
 
Als we de ontwikkeling van de landbouw van de afgelopen decennia afzetten tegen die nieuwe thema’s, dan scoort die landbouw op alle fronten negatief. De huidige op intensivering en grootschaligheid inzettende landbouw is niet langer leefbaar, is een bedreiging voor de gezondheid en is niet duurzaam.
 
Simpelweg is de conclusie gerechtvaardigd dat op basis van een goede gezonde en veilige fysieke leefomgeving het niet mogelijk is om de huidige landbouw en het huidige gebruik van het landschap vanuit het huidige economisch agrarisch perspectief voort te zetten. Het loslaten van de landbouw als enig economisch perspectief in het landelijk gebied is niet alleen noodzakelijk, maar is een logisch gevolg van de inrichtingsprincipes waarom de nieuwe thema’s vragen.
 
Dat het zo ver heeft kunnen komen is toch minder vanzelfsprekend als we kijken naar wat er allemaal aan beschermingsmogelijkheden (-verplichtingen) voorhanden is. Het voert te ver om al die verdragen, wetgeving, verordeningen en plannen te noemen. Maar, het is op zijn minst dubieus dat zó veel instrumenten niet leiden tot een goed beschermingsniveau. Ook zijn er talrijke onderzoeken waarin economisch perspectief van een mooi landschap, behoud van cultureel erfgoed, natuurgebieden, recreatie en toerisme én een veilige en gezonde leefomgeving prevaleren boven de inrichting enkel en alleen ten gunste van de landbouw.
 
Omslag

 
Alles wijst er op dat de huidige landbouw een omslag móet maken. Het oude denken van schaalvergroting en intensivering is passé gezien de fysieke staat van het landschap, de desastreuze ineenstorting van de biodiversiteit, de fysieke en mentale staat van de mens én het economisch perspectief. We kunnen niet langer in ons kleine land de illusie hooghouden dat we de hele wereld kunnen voeden. Het is niet langer te verkopen dat we de industriële landbouwachtertuin van Zuidoost-Azië zijn.
 
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid tot een transitie van denken in het landelijk gebied. De overheid moet nu samen met de samenleving een keuze maken om een andere weg in te slaan, waarin de landbouw niet langer leidend, maar volgend is. Juist die omslag in denken biedt veel mogelijkheden voor een moderne en economisch duurzaam gezonde landbouw die veel beter aansluit bij de omgeving, uitgaat van een natuurlijk en duurzaam evenwicht en die met een menselijke maat van de samenleving deel uit gaat maken.
 
Tijdens meerdere bijeenkomsten met ondernemers, experts en burgergroeperingen klonk recent het algemene geluid dat het al lang geen vijf voor twaalf meer is, maar op zijn minst half één. Er is een grote urgentie om te komen tot een duurzamer, leefbaarder en gezonder leefomgeving, al was het alleen maar voor ons eigen voortbestaan.
 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 08/11 at 09:12 AM

Bestaat het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden nog?

Hoe is het toch met het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN)? Na 'onthutsende' meetresultaten in 2014 is het wel heel erg stil geworden, schrijft onze adviseur Eric van der Aa in zijn column in vakblad Toets.

Deel deze pagina

Posted by Foekje Ankersmit on 07/14 at 01:10 PM

Windmolenpark Hattemerbroek een stap dichterbij

Windmolens. In Nederland zijn ze al sinds eeuwen aanwezig. Vroeger bedrijfsmatig gebruikt voor bijvoorbeeld het malen van meel uit graan, voor het zagen van planken uit bomen, voor het bemalen van polders en droogmalen van droogmakerijen. Deze windmolens zijn een belangrijk kenmerk geworden voor het Nederlandse landschap. Ze worden gewaardeerd door de Nederlanders, maar zijn vooral ook een toeristische trekpleister.



Tegenwoordig hebben windmolens een ander doel. De nieuwste windmolens zijn bedoeld om schone energie op te wekken; groene energie dus. Waar de windmolens van vroeger worden gewaardeerd, zijn de moderne molens vaak een onderwerp van discussie. In ieder geval onder de bewoners van de gebieden waarin ze worden geplaatst.

De realisatie van een windmolenpark - hoe groot ook - gaat vaak gepaard met langdurige procedures. De energieleveranciers zijn vóór de bouw van molens om zo groene energie te kunnen verkopen. De omwonenden zijn vooral tégen de bouw van de molens vanwege het uitzicht, schitteringen en geluidoverlast. Het gemeentebestuur en de -raad zitten hier tussenin en moeten de belangen goed tegen elkaar afwegen; duurzame energie versus overlast voor de omgeving. Een lastige afweging, omdat je nooit iedereen tevreden kunt stellen.

Dit gold ook voor het windmolenpark Hattemerbroek. Een windmolenpark dat nabij de provincialeweg N50 en het knooppunt Hattemerbroek in de gemeente Oldebroek moet komen. Een langlopend proces, waarbij veel hobbels moesten worden genomen. Op een gegeven moment leek het project zelfs te stranden.

De gemeente Oldebroek wilde toch graag door met dit project en ook de provincie Gelderland steunde het initiatief. Daarom werd ik in 2015 gevraagd om de gemeente te helpen. In de afgelopen twee jaar heb ik de gemeente, op detacheringsbasis, ondersteund bij de verschillende stappen in de procedure van het bestemmingsplan voor het park. Een plan-mer werd opgesteld, het bestemmingsplan werd opgesteld en al snel werd besloten om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren. Daarmee werd besloten de procedures van de verschillende benodigde vergunningen en van het bestemmingsplan gelijktijdig te laten lopen. Een hele organisatie, omdat niet alleen ‘gewone’ omgevingsvergunningen nodig waren, maar bijvoorbeeld óók een watervergunning van het waterschap Vallei en Veluwe en een vergunning Wet natuurbescherming van de provincie Gelderland.

Ondanks deze complexiteit en de grote hoeveelheid ingediende overlegreacties en zienswijzen bleef de procedure vlot doorlopen. Alle betrokken partijen zetten zich hier vol voor in. Op 6 juli jl. kwam een bericht van de gemeentelijk projectleider in mijn WhatsApp: de gemeenteraad had het bestemmingsplan vastgesteld met een grote meerderheid; een fantastische mijlpaal in dit project.

De schop kan nog niet helemaal de grond in, want eerst staat nog beroep open tegen de genomen besluiten. Het schiet nu echter wel op. En dat is maar goed ook, want met de realisatie van het windmolenpark Hattemerbroek zijn we weer een stap dichter bij een duurzamer Nederland.

​Meer weten? Bezoek de speciale website en bekijk de video.

Deel deze pagina