Posted by Ruud Keesmaat on 10/03 at 03:43 PM

Hulp bij snelle herontwikkeling winkelcentrum Meppel



Meppel kent als middelgrote regionale centrumgemeente ook de nodige binnenstedelijke uitdagingen. Zo was met het faillissement van Vroom & Dreesmann en het vertrek van de Plus-supermarkt de loop naar winkelcentrum Keyserstroom er behoorlijk uit. Daarnaast speelde er een stevige discussie over  achterstallig onderhoud aan het op het dak gelegen parkeergarage.

Dat deze situatie niet kon voort duren werd het sterkst gevoeld door de eigenaar van het winkelcentrum. Hij benaderde de gemeente met een herontwikkelingsplan met toevoeging van horeca, entertainment (bioscoop en game-room) en ontmoetingsruimte, deels ter vervanging en aanvulling op de aanwezige winkelruimte.
Dit herontwikkelingsplan sluit goed aan op de structuurvisie van Meppel en viel daarom in goede aarde. Een goed plan met een investering van ettelijke miljoenen euro’s door de ontwikkelaar. De gemeente Meppel wilde graag mee werken omdat het plan een aantal doelen diende. Niet alleen vermindering van ruimte voor detailhandel, maar ook verlevendiging van het centrum en het tegengaan van leegstand. Daarbij kwam ook nog eens de renovatie van de door de gemeente beheerde parkeergarage, inclusief afspraken over onderhoud en beheer van de parkeergarage én de basis voor een nieuwe huurdersovereenkomst.

Rho adviseurs werd benaderd voor ondersteuning bij het onderhandelingsproces. Over de belangrijkste zaken was er overeenstemming en het zou, volgens de projectleider, slechts gaan om afronding van de onderhandelingen. Alles moest zeer snel afgerond zijn omdat de vastgoedeigenaar een aanstaande vakbeurs wilde gebruikten voor extra publiciteit. Maar, zoals vaker, verlopen dit soort processen minder vloeiend dan verwacht.

Nu de overeengekomen afspraken in een overeenkomst werden gegoten bleek er toch nog behoorlijk wat zaken niet geheel te zijn afgehecht of werden anders ‘begrepen’. Rho adviseurs schoof aan bij de onderhandelingen met als opdracht het helder en begrijpelijk houden van de afspraken over de feitelijke herontwikkeling en afhechting van de claims over het onderhoud van de parkeergarage. Maar wel: meer werk aan de winkel dan vooraf door de projectleider ingeschat. Bij het opstellen van contracten geldt dan: zorgvuldigheid voor snelheid. Dat bleek goed aan te sluiten bij de ideeën van de projectleider die mede door de steun van Rho adviseurs de wethouder daarvan kon overtuigen.

In een zeer flexibel en intensief traject hebben de financiële en juridische deskundigen van Rho adviseurs gezorgd voor goede afhechting van de met de ontwikkelaar gemaakte afspraken, vastgelegd in heldere contracten. Een anterieure overeenkomst voor de feitelijke ruimtelijke ontwikkeling én een vaststellingsovereenkomst voor de  aanspraken over  onderhoud en beheer van de parkeergarage. Naast de juridische vertaling heeft Rho adviseurs  ook gezorgd dat valkuilen zijn vermeden en dat de projectleider zich zeer gesteund voelde in zowel de onderhandelingen als in de advisering aan het college van burgemeester en wethouders.

Over de dienstverlening van Rho adviseurs was de opdrachtgever uiterst tevreden. Ondanks de hick up’s is de deadline toch gehaald en de afspraken zijn goed vastgelegd.

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 10/02 at 11:54 AM

Het PAS-kaartenhuis stort in

Onlangs blogde ik over het meetnet ammoniak in natuurgebieden en over het ontbreken van actuele meetresultaten. Na kritische Kamervragen heeft minister Van der Kamp (Economische Zaken) ervoor gezorgd dat deze metingen sinds vrijdag j.l weer openbaar zijn. En zoals verwacht: de ammoniakconcentraties in Natura 2000-gebieden zijn sterk gestegen - geheel tegengesteld aan de aannames in het overheidsprogramma Aanpak Stikstof (PAS) op basis waarvan de veehouderij al weer twee jaar fors mag uitbreiden.

​Lees hier mijn volgende blog over dit onderwerp op online kennisplatfor Toets.

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 09/27 at 02:17 PM

Landbouw moet volgen, niet leiden



Hoe heeft het zo ver met de industrialisatie van ons landschap kunnen komen? Het antwoord daarop is vrij eenvoudig: we worden al decennialang geregeerd door boeren en jagers. Dat heeft geleid tot een industrieel ingericht agrarisch landschap waarin de economische exploitatie van het land voorop staat. Alle andere belangen en waarden hebben daarvoor moeten wijken. Tot nu. Het is de hoogste tijd voor een omslag.
 
Het ‘oude denken’ heeft ons internationaal in de top-drie gezet voor wat betreft de agrarische productontwikkeling, inclusief het dier de koe, grondopbrengst, agrarische technologie, export van betekenis, en meer van dit soort vooral economisch gelauwerde zaken. Er is veel opgeofferd om hier te komen ten gunste van een sector die ons landschap drastisch heeft gewijzigd en dat maar een marginale inbreng heeft in ons bruto nationaal product.
 
Daartegenover staan inmiddels hoge kosten en negatieve effecten. Zo zijn de kosten van de gezondheidszorg bijna niet meer op te brengen. Niet alleen de lichamelijke ziektes die voortvloeien uit de producten, ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en veel antibiotica vormt een regelrechte bedreiging voor de menselijke gezondheid. Er is ook een toenemend mentaal gezondheidsprobleem: mensen ervaren geen geluk en welbevinden meer in de eigen omgeving die er doods en afgesloten bij ligt.
 
Hoge prijs
 
Daarnaast betalen we een hoge prijs om onze voeten droog te houden in het steeds verder inklinkende land. De kosten vanwege onder meer verzakkende infrastructuur en bebouwing worden hoger en hoger. Negatieve effecten zijn voorts het bijna uitgewoonde veenweidelandschap, waarin de landbouw op de huidige wijze niet al te lang meer kan worden voortgezet.
 
Datzelfde veenweidelandschap staat, vanwege de lage waterstand ten gunste van de moderne landbouw, hoog in de lijst van veroorzakers van CO₂-uitstoot in Nederland. De flora en fauna is vrijwel uit het agrarisch landschap verdwenen. Dat verlies aan biodiversiteit is niet alleen dramatisch voor de dieren en planten zelf, maar vormt ook een bedreiging voor ons welzijn en ons voortbestaan.
 
Op meerdere terreinen bundelen inmiddels burgers hun krachten omdat zij zich niet langer kunnen verenigen met de wijze waarop met de aarde wordt omgegaan. Een goed voorbeeld is de energietransitie waarbij op lokaal niveau energiecorporaties worden opgericht om niet langer afhankelijk te zijn van de grote maatschappijen.
 
Vanuit de samenleving ontstaat ook steeds meer weerstand tegen de gevolgen van de gangbare landbouw. De vele ziektes, de schandalen met voeding en de doodsheid van het industrieel landschap leiden ertoe dat mensen zich gaan verzetten. Er is al een omslag in het denken ontstaan: op lokaal niveau slaan burgers en boeren de handen ineen om op een andere, duurzame wijze met het landschap en de landbouw om te gaan. Daarbij is meer oog voor biodiversiteit en een evenwichtige duurzame balans tussen economie en natuur. Een mooie omgeving biedt veel grotere economische mogelijkheden en nieuwe impulsen.
 
Deze ontwikkeling past in het nieuwe denken waarvoor de Omgevingswet ruimte biedt. De nieuwe wet brengt een aantal thema’s in het fysieke domein samen. Onder fysieke leefomgeving worden veel meer ruimte voor kwaliteit en de waarden van de omgeving begrepen. Zij worden gebundeld in begrippen als ‘gezondheid’, ‘leefbaarheid‘, ‘duurzaamheid’ en ‘veiligheid’, mede ook in relatie tot de intrinsieke waarde van mens en dier.
 
Bedreiging
 
Als we de ontwikkeling van de landbouw van de afgelopen decennia afzetten tegen die nieuwe thema’s, dan scoort die landbouw op alle fronten negatief. De huidige op intensivering en grootschaligheid inzettende landbouw is niet langer leefbaar, is een bedreiging voor de gezondheid en is niet duurzaam.
 
Simpelweg is de conclusie gerechtvaardigd dat op basis van een goede gezonde en veilige fysieke leefomgeving het niet mogelijk is om de huidige landbouw en het huidige gebruik van het landschap vanuit het huidige economisch agrarisch perspectief voort te zetten. Het loslaten van de landbouw als enig economisch perspectief in het landelijk gebied is niet alleen noodzakelijk, maar is een logisch gevolg van de inrichtingsprincipes waarom de nieuwe thema’s vragen.
 
Dat het zo ver heeft kunnen komen is toch minder vanzelfsprekend als we kijken naar wat er allemaal aan beschermingsmogelijkheden (-verplichtingen) voorhanden is. Het voert te ver om al die verdragen, wetgeving, verordeningen en plannen te noemen. Maar, het is op zijn minst dubieus dat zó veel instrumenten niet leiden tot een goed beschermingsniveau. Ook zijn er talrijke onderzoeken waarin economisch perspectief van een mooi landschap, behoud van cultureel erfgoed, natuurgebieden, recreatie en toerisme én een veilige en gezonde leefomgeving prevaleren boven de inrichting enkel en alleen ten gunste van de landbouw.
 
Omslag

 
Alles wijst er op dat de huidige landbouw een omslag móet maken. Het oude denken van schaalvergroting en intensivering is passé gezien de fysieke staat van het landschap, de desastreuze ineenstorting van de biodiversiteit, de fysieke en mentale staat van de mens én het economisch perspectief. We kunnen niet langer in ons kleine land de illusie hooghouden dat we de hele wereld kunnen voeden. Het is niet langer te verkopen dat we de industriële landbouwachtertuin van Zuidoost-Azië zijn.
 
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid tot een transitie van denken in het landelijk gebied. De overheid moet nu samen met de samenleving een keuze maken om een andere weg in te slaan, waarin de landbouw niet langer leidend, maar volgend is. Juist die omslag in denken biedt veel mogelijkheden voor een moderne en economisch duurzaam gezonde landbouw die veel beter aansluit bij de omgeving, uitgaat van een natuurlijk en duurzaam evenwicht en die met een menselijke maat van de samenleving deel uit gaat maken.
 
Tijdens meerdere bijeenkomsten met ondernemers, experts en burgergroeperingen klonk recent het algemene geluid dat het al lang geen vijf voor twaalf meer is, maar op zijn minst half één. Er is een grote urgentie om te komen tot een duurzamer, leefbaarder en gezonder leefomgeving, al was het alleen maar voor ons eigen voortbestaan.
 

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 09/25 at 12:58 PM

Landbouw moet volgen, niet leiden



Hoe heeft het zo ver met de industrialisatie van ons landschap kunnen komen? Het antwoord daarop is vrij eenvoudig: we worden al decennialang geregeerd door boeren en jagers. Dat heeft geleid tot een industrieel ingericht agrarisch landschap waarin de economische exploitatie van het land voorop staat. Alle andere belangen en waarden hebben daarvoor moeten wijken. Tot nu. Het is de hoogste tijd voor een omslag.
 
Het ‘oude denken’ heeft ons internationaal in de top-drie gezet voor wat betreft de agrarische productontwikkeling, inclusief het dier de koe, grondopbrengst, agrarische technologie, export van betekenis, en meer van dit soort vooral economisch gelauwerde zaken. Er is veel opgeofferd om hier te komen ten gunste van een sector die ons landschap drastisch heeft gewijzigd en dat maar een marginale inbreng heeft in ons bruto nationaal product.
 
Daartegenover staan inmiddels hoge kosten en negatieve effecten. Zo zijn de kosten van de gezondheidszorg bijna niet meer op te brengen. Niet alleen de lichamelijke ziektes die voortvloeien uit de producten, ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en veel antibiotica vormt een regelrechte bedreiging voor de menselijke gezondheid. Er is ook een toenemend mentaal gezondheidsprobleem: mensen ervaren geen geluk en welbevinden meer in de eigen omgeving die er doods en afgesloten bij ligt.
 
Hoge prijs
 
Daarnaast betalen we een hoge prijs om onze voeten droog te houden in het steeds verder inklinkende land. De kosten vanwege onder meer verzakkende infrastructuur en bebouwing worden hoger en hoger. Negatieve effecten zijn voorts het bijna uitgewoonde veenweidelandschap, waarin de landbouw op de huidige wijze niet al te lang meer kan worden voortgezet.
 
Datzelfde veenweidelandschap staat, vanwege de lage waterstand ten gunste van de moderne landbouw, hoog in de lijst van veroorzakers van CO₂-uitstoot in Nederland. De flora en fauna is vrijwel uit het agrarisch landschap verdwenen. Dat verlies aan biodiversiteit is niet alleen dramatisch voor de dieren en planten zelf, maar vormt ook een bedreiging voor ons welzijn en ons voortbestaan.
 
Op meerdere terreinen bundelen inmiddels burgers hun krachten omdat zij zich niet langer kunnen verenigen met de wijze waarop met de aarde wordt omgegaan. Een goed voorbeeld is de energietransitie waarbij op lokaal niveau energiecorporaties worden opgericht om niet langer afhankelijk te zijn van de grote maatschappijen.
 
Vanuit de samenleving ontstaat ook steeds meer weerstand tegen de gevolgen van de gangbare landbouw. De vele ziektes, de schandalen met voeding en de doodsheid van het industrieel landschap leiden ertoe dat mensen zich gaan verzetten. Er is al een omslag in het denken ontstaan: op lokaal niveau slaan burgers en boeren de handen ineen om op een andere, duurzame wijze met het landschap en de landbouw om te gaan. Daarbij is meer oog voor biodiversiteit en een evenwichtige duurzame balans tussen economie en natuur. Een mooie omgeving biedt veel grotere economische mogelijkheden en nieuwe impulsen.
 
Deze ontwikkeling past in het nieuwe denken waarvoor de Omgevingswet ruimte biedt. De nieuwe wet brengt een aantal thema’s in het fysieke domein samen. Onder fysieke leefomgeving worden veel meer ruimte voor kwaliteit en de waarden van de omgeving begrepen. Zij worden gebundeld in begrippen als ‘gezondheid’, ‘leefbaarheid‘, ‘duurzaamheid’ en ‘veiligheid’, mede ook in relatie tot de intrinsieke waarde van mens en dier.
 
Bedreiging
 
Als we de ontwikkeling van de landbouw van de afgelopen decennia afzetten tegen die nieuwe thema’s, dan scoort die landbouw op alle fronten negatief. De huidige op intensivering en grootschaligheid inzettende landbouw is niet langer leefbaar, is een bedreiging voor de gezondheid en is niet duurzaam.
 
Simpelweg is de conclusie gerechtvaardigd dat op basis van een goede gezonde en veilige fysieke leefomgeving het niet mogelijk is om de huidige landbouw en het huidige gebruik van het landschap vanuit het huidige economisch agrarisch perspectief voort te zetten. Het loslaten van de landbouw als enig economisch perspectief in het landelijk gebied is niet alleen noodzakelijk, maar is een logisch gevolg van de inrichtingsprincipes waarom de nieuwe thema’s vragen.
 
Dat het zo ver heeft kunnen komen is toch minder vanzelfsprekend als we kijken naar wat er allemaal aan beschermingsmogelijkheden (-verplichtingen) voorhanden is. Het voert te ver om al die verdragen, wetgeving, verordeningen en plannen te noemen. Maar, het is op zijn minst dubieus dat zó veel instrumenten niet leiden tot een goed beschermingsniveau. Ook zijn er talrijke onderzoeken waarin economisch perspectief van een mooi landschap, behoud van cultureel erfgoed, natuurgebieden, recreatie en toerisme én een veilige en gezonde leefomgeving prevaleren boven de inrichting enkel en alleen ten gunste van de landbouw.
 
Omslag
 
Alles wijst er op dat de huidige landbouw een omslag móet maken. Het oude denken van schaalvergroting en intensivering is passé gezien de fysieke staat van het landschap, de desastreuze ineenstorting van de biodiversiteit, de fysieke en mentale staat van de mens én het economisch perspectief. We kunnen niet langer in ons kleine land de illusie hooghouden dat we de hele wereld kunnen voeden. Het is niet langer te verkopen dat we de industriële landbouwachtertuin van Zuidoost-Azië zijn.
 
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid tot een transitie van denken in het landelijk gebied. De overheid moet nu samen met de samenleving een keuze maken om een andere weg in te slaan, waarin de landbouw niet langer leidend, maar volgend is. Juist die omslag in denken biedt veel mogelijkheden voor een moderne en economisch duurzaam gezonde landbouw die veel beter aansluit bij de omgeving, uitgaat van een natuurlijk en duurzaam evenwicht en die met een menselijke maat van de samenleving deel uit gaat maken.
 
Tijdens meerdere bijeenkomsten met ondernemers, experts en burgergroeperingen klonk recent het algemene geluid dat het al lang geen vijf voor twaalf meer is, maar op zijn minst half één. Er is een grote urgentie om te komen tot een duurzamer, leefbaarder en gezonder leefomgeving, al was het alleen maar voor ons eigen voortbestaan.
 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 08/11 at 09:12 AM

Bestaat het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden nog?

Hoe is het toch met het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN)? Na 'onthutsende' meetresultaten in 2014 is het wel heel erg stil geworden, schrijft onze adviseur Eric van der Aa in zijn column in vakblad Toets.

Deel deze pagina

Posted by Foekje Ankersmit on 07/14 at 01:10 PM

Windmolenpark Hattemerbroek een stap dichterbij

Windmolens. In Nederland zijn ze al sinds eeuwen aanwezig. Vroeger bedrijfsmatig gebruikt voor bijvoorbeeld het malen van meel uit graan, voor het zagen van planken uit bomen, voor het bemalen van polders en droogmalen van droogmakerijen. Deze windmolens zijn een belangrijk kenmerk geworden voor het Nederlandse landschap. Ze worden gewaardeerd door de Nederlanders, maar zijn vooral ook een toeristische trekpleister.



Tegenwoordig hebben windmolens een ander doel. De nieuwste windmolens zijn bedoeld om schone energie op te wekken; groene energie dus. Waar de windmolens van vroeger worden gewaardeerd, zijn de moderne molens vaak een onderwerp van discussie. In ieder geval onder de bewoners van de gebieden waarin ze worden geplaatst.

De realisatie van een windmolenpark - hoe groot ook - gaat vaak gepaard met langdurige procedures. De energieleveranciers zijn vóór de bouw van molens om zo groene energie te kunnen verkopen. De omwonenden zijn vooral tégen de bouw van de molens vanwege het uitzicht, schitteringen en geluidoverlast. Het gemeentebestuur en de -raad zitten hier tussenin en moeten de belangen goed tegen elkaar afwegen; duurzame energie versus overlast voor de omgeving. Een lastige afweging, omdat je nooit iedereen tevreden kunt stellen.

Dit gold ook voor het windmolenpark Hattemerbroek. Een windmolenpark dat nabij de provincialeweg N50 en het knooppunt Hattemerbroek in de gemeente Oldebroek moet komen. Een langlopend proces, waarbij veel hobbels moesten worden genomen. Op een gegeven moment leek het project zelfs te stranden.

De gemeente Oldebroek wilde toch graag door met dit project en ook de provincie Gelderland steunde het initiatief. Daarom werd ik in 2015 gevraagd om de gemeente te helpen. In de afgelopen twee jaar heb ik de gemeente, op detacheringsbasis, ondersteund bij de verschillende stappen in de procedure van het bestemmingsplan voor het park. Een plan-mer werd opgesteld, het bestemmingsplan werd opgesteld en al snel werd besloten om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren. Daarmee werd besloten de procedures van de verschillende benodigde vergunningen en van het bestemmingsplan gelijktijdig te laten lopen. Een hele organisatie, omdat niet alleen ‘gewone’ omgevingsvergunningen nodig waren, maar bijvoorbeeld óók een watervergunning van het waterschap Vallei en Veluwe en een vergunning Wet natuurbescherming van de provincie Gelderland.

Ondanks deze complexiteit en de grote hoeveelheid ingediende overlegreacties en zienswijzen bleef de procedure vlot doorlopen. Alle betrokken partijen zetten zich hier vol voor in. Op 6 juli jl. kwam een bericht van de gemeentelijk projectleider in mijn WhatsApp: de gemeenteraad had het bestemmingsplan vastgesteld met een grote meerderheid; een fantastische mijlpaal in dit project.

De schop kan nog niet helemaal de grond in, want eerst staat nog beroep open tegen de genomen besluiten. Het schiet nu echter wel op. En dat is maar goed ook, want met de realisatie van het windmolenpark Hattemerbroek zijn we weer een stap dichter bij een duurzamer Nederland.

​Meer weten? Bezoek de speciale website en bekijk de video.

Deel deze pagina

Posted by Ruud Louwes on 07/05 at 03:45 PM

De toekomst van dorpscentrum en woonboulevard

Stelt u zich eens voor dat u op de woonboulevard een meubelzaak en een bouwmarkt wilt bezoeken en u treft ook allerhande andere winkels aan, zoals een boekhandel, juwelier en de modezaken. Die verwacht u toch in het dorpscentrum? Het is de wereld op zijn kop, denkt u wellicht.

In ons Nederlands stelsel zijn we gewend aan een zo sterk mogelijk dorpscentrum met allerlei reguliere detailhandel en, aan de rand van de gemeente, een woonboulevard ingericht rond het thema wonen. Hiervoor gelden bestemmingsplannen waarin zo’n indeling is vastgelegd. Dit voorkomt leegstand in een centrumgebied door wegtrekkende winkels naar de woonboulevard.

Of we met ons Nederlands systeem voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn, daar zijn twijfels over. Sommigen vinden dat in een bestemmingsplan zo’n onderscheid tussen winkelbranches niet kan worden gemaakt. Dit wordt nog wel eens tussen marktpartijen en gemeenten uitgevochten. Doorgaans is de Afdeling bestuursrechtspraak in Den Haag het strijdtoneel. Op dit moment is het Hof van Justitie in Luxemburg de arena  waar de degens worden gekruist.

​Lees de rest van deze blog van collega Ruud Louwes op de website van het Platform voor Transformatie en Renovatie.
 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 06/08 at 01:33 PM

Nederland geeft €1,25 miljard uit aan agrarisch stikstofcircus

De Nederlandse veehouderij staat voor het onvermijdelijke plan B: een forse inkrimping van de veestapel. Dat zegt adviseur ruimtelijke ordening Eric van der Aa van Rho adviseurs in een blog in het vakblad Foodlog. In twee afleveringen legt hij uit dat het mogelijk een verstandige aanpak is omdat de agrarische sector ruimte wegneemt veel rendabeler activiteiten in ons land.

​Je leest deel één hier. Deel twee lees je hier.


 

Deel deze pagina

Posted by Joost Jansen on 05/17 at 08:54 AM

Ondergronds bouwen levert écht iets op

Er wonen steeds meer mensen in de stad en een schone, veilige en gezonde leefomgeving staat hoog op de agenda. Een aantal grote steden voert proeven uit gericht op het verbeteren van de leefbaarheid, de slimme en gezonde stad. Eén van die gemeenten is Schiedam.

 












Artist Impression BGSV/Moederscheim Moonen Architecten

In Schiedam is de veel besproken snelweg A4 tussen Schiedam en Vlaardingen in een landtunnel aangelegd en in Midden-Delfland in een verdiepte bak. Wat heeft het A4-project hier opgeleverd? Daarover vertelden het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de gemeente Schiedam trots op het dak van de A4 tijdens een middagsymposium ‘mijn stad in beweging’. 

De A4 tussen Schiedam en Delft ligt er goed bij: je hoort hem (bijna) niet, je ziet hem (bijna) niet en je ruikt hem (bijna) niet. Helemaal ondergronds zou de beste oplossing zijn omdat hiermee alle barrières weggenomen zouden worden, maar dat was technisch niet mogelijk. 

Grote meerwaarde van het project is dat er nu sprake is van dubbel grondgebruik óp de tunnel. Er is een modern sportcomplex gerealiseerd en binnenkort wordt het park ingericht. Door het samenvoegen van verenigingen en nieuwe accommodaties professionaliseerde de sport en kwam op andere plekken in de stad ruimte vrij voor nieuwe woonmilieus. Er is nu meer bruikbaar groen in de stad en de verbindingen naar het groene Midden-Delfland zijn verbeterd.

Kortom, het heeft ‘even’ - meer dan vijftig jaar - geduurd, maar Schiedam is er beter op geworden.

Ondergronds bouwen levert dus écht wat op. Maar, waarom wordt er dan vrijwel nooit gelijk voor ondergronds bouwen gekozen?

Dat komt vooral omdat het duur is. En omdat het nu niet goed meetbaar is wat ondergronds bouwen oplevert: waardevermeerdering in het gebied, leefbaarheid, gezondheid, veiligheid, etc. Ook heeft ondergronds bouwen een negatief imago: het kost vaak meer dan vooraf bekend gemaakt of begroot, verzakkende gebouwen, lekkages en meer van dat soort verhalen.

Wat kunnen we doen om de ondergrondse keuze ook op de agenda te krijgen?

Beweeg mee! Tegenwerken levert uiteindelijk minder op. Ga sámen met de initiatiefnemer aan de slag als blijkt dat een ontwikkeling onvermijdelijk is. Zoek en benut de koppelkansen.

En ook: denk 3D! Overweeg ondergrondse alternatieven op plekken waar de ruimtevraag groot is of waar sprake is van grote knelpunten. Volledig ondergronds is het slimste. Landtunnels en half-verdiepte oplossingen blijven barrières en op half-verdiepte oplossingen is geen meervoudig ruimtegebruik mogelijk.

Zoek ook het momentum voor een besluit om ondergronds te bouwen. Organiseer maatschappelijke wens/druk en ga op zoek naar het geld. Met ondergronds bouwen kunnen meerdere problemen worden opgelost en meerdere kansen worden benut. Zoek de bijbehorende financiers.

Joost Jansen is adviseur ruimtelijke ontwikkeling

Deel deze pagina

Posted by Martijn Kegler on 04/14 at 09:41 AM

Zonder keuze blijven Brabantse boer, burger en bestuur botsen

Als het gaat om gezondheid en veehouderij zitten boer, burger en bestuur niet op dezelfde golflengte. De tegenstellingen zijn zodanig dat ze niet op te lossen zijn zonder een actief voedselbeleid dat mede prominent wordt vormgegeven vanuit een omgevingsvisie.

Dat schrijft onze adviseur Martijn Kegler in zijn blog op het platform Foodlog. Je leest het blog hier.

Deel deze pagina