Posted by Guido van Loenen on 12/11 at 10:20 AM

#Hoedan

In de gemeente Beuningen worden duidelijke doelen gesteld als het gaat om energietransitie. In een gebiedsproces met de samenleving gaan we met een missie op pad, zo schrijft Guido van Loenen in een column in het magazine Ruimte+Wonen. Je leest zijn bijdrage hier.  

Deel deze pagina

Posted by Remco Smit on 10/30 at 08:12 AM

Parkeernormen staan geparkeerd



‘De gemeente toetst uw aanvraag met behulp van de vastgestelde parkeernormen’, zo valt te lezen op de website van een willekeurige gemeente. Voor ieder te realiseren bouwplan eist een gemeente dat het plan voldoet aan de geldende parkeernorm. Maar zijn de gemeentelijke parkeernormen nog van deze tijd? Te vaak toetsen we bouwplannen aan achterhaalde cijfers. Acht, negen en soms wel tien jaar oude documenten zijn de basis voor het bepalen van de parkeerbehoefte van een toekomstbestendige ontwikkeling. Wat gaat hier fout?

De afgelopen maanden heb ik mij geregeld met verbazing gebogen over parkeervraagstukken. Vaak in opdracht van ontwikkelaars, maar in afstemming met de gemeente. Zo vroeg een gemeente ons rekening te houden met het feit dat de plaatselijke parkeernorm vandaag de dag niet meer aansluit bij de kenmerken van het projectgebied. Met de achterliggende vraag of wij rekening konden houden met een voorstel om af te wijken van de geldende parkeernorm middels ontheffing. Bij een andere gemeente liep de discussie vast op de vastgestelde minimale en maximale parkeernorm. Want het autobezit in een bepaalde kern van de gemeente week inmiddels dermate af van het gemiddelde, dat de geldende parkeernorm hier wellicht niet meer passend zou zijn.
 
Kortom, door gebrek aan actuele parkeernormen rekenen we ons suf met verouderde cijfers. Past een ontwikkeling niet? Dan toch maar een bouwlaag minder om onder aan de streep goed uit te komen, toch? Dit gaan ten koste van het bouwplan en bijkomende voordelen. Zonde! En wanneer dat plan uiteindelijk is gerealiseerd, dan stellen we hele andere eisen aan bereikbaarheid, leefbaarheid en personenmobiliteit. We maken namelijk een enorme transitie door. De zelfrijdende auto gaat zijn intrede doen en de (elektrische) fiets helpt ons steeds grotere afstanden overbruggen. Daarnaast zijn er hoogwaardige openbaar vervoerverbindingen ontstaan in en rondom onze steden. Om  nog maar te zwijgen over smart mobility-concepten.

Ja, er zijn gemeenten die wél werken met nieuwe parkeernormen. Hierin worden ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld autobezit nauwkeurig meegenomen. Uit recent onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (Kim) blijkt dat tussen 2005 en 2017 het autobezit met twaalf procent is toegenomen. De groei zit vooral bij 65-plussers, bij jongvolwassenen is het autobezit afgenomen (Mobiliteitsbeeld 2017, KiM). Niet verwonderlijk dat de gemeente Amsterdam bij de nieuwe parkeernormen in bepaalde gebieden geen minimale parkeernorm meer hanteert. Want Amsterdam ziet het autobezit al jaren afnemen in met name ‘jonge’ stadsdelen en verwacht dat deze trend de komende jaren doorzet.

Door het schrappen van een minimale parkeernorm krijgen ontwikkelaars ruimte. Ruimte om nieuwe trends in mobiliteit een plek te geven in de planvorming. Daarnaast zijn er hierdoor minder beperkingen voor ontwikkelaars bij (nieuw)bouwprojecten. Dit past in het beeld van de aanstaande Omgevingswet. Het omgevingsplan,  onderdeel  van deze nieuwe wet en opvolger van het bestemmingsplan, maakt ruimte voor maatwerk en schrijft minder regels voor. Parkeernormen moeten straks ‘landen’ binnen deze nieuwe wet.

Ik zeg: genoeg redenen om parkeernormen te herzien! Wij denken graag met u en de gemeente mee. Eerst kijken we uit naar de preview van de nieuwe CROW-parkeerkencijfers tijdens het nationaal verkeerskundecongres. Veel gemeenten zijn met de parkeernormen volgend aan deze kencijfers. Wellicht komen de parkeernormen daarom sneller uit de ‘parkeerstand’ dan we nu vermoeden.

 

Deel deze pagina

Posted by Stefan van Vessem on 10/20 at 09:46 AM

Vergunning is meer dan opsomming van verplichtingen



In mijn eerdere blogs heb ik aangegeven hoe belangrijk een voortraject is in een vergunningprocedure. Uit alle berichten en conceptstukken blijkt daarnaast dat de nieuwe Omgevingswet volledig inzet op het voortraject van een procedure. Nóg meer dan onder het huidige regime van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Al die dure onderzoeken die worden geëist door een gemeente of provincie. Als overheid jaagt je een initiatiefnemer op enorme kosten. Kan dat niet anders?

Het antwoord is, als zo veel dingen, niet zwart of wit. Ik zal de laatste persoon zijn die beweert dat al die onderzoeken niet veel geld kosten. Ik wil in dit blog alleen wijzen op de andere kant van die verleende vergunning. Het is namelijk echt meer dan enkel een verzameling van voorschriften die je verplichten binnen kaders te blijven en waarvoor je een vermogen aan ‘nutteloze’, tijdelijk houdbare onderzoeken uitvoert. Of het nu gaat om een omgevingsvergunning bouwen, afwijken van bestemmingsplan, Waterwetvergunning of een omgevingsvergunning milieu. Een vergunning legt niet alleen beperkingen op. Het geeft je ruimte om je plan te verankeren in wetgeving. Het levert je rechten op!

Ik geef een voorbeeld: bedrijf X vestigt zich op een industrieterrein. Bekend is dat de beschikbare ruimte op het gebied van geluid niet enorm groot is. Bedrijf X voorziet voor de toekomst echter een verdubbeling van de benodigde oppervlakte. Dat zou in een tweede fase kunnen worden gerealiseerd. Neem je in de vergunning die beoogde bedrijfsuitbreiding mee of niet? Het benodigde onderzoek voor ‘fase 1’ is eenvoudiger en goedkoper. Het meenemen van fase 2 in je vergunning vraagt anticiperen op een situatie die nog niet bestaat. Lastig? Ja, kostbaarder? Ook ja. Verstandig? Ik zeg dubbel en dwars nog een keer ja!

Het nu claimen van die geluidruimte voorkomt dat de geluidruimte door de buurman zal worden ‘weggesnoept’. Een andere afweging kan zijn: stel dat ‘fase II’ nooit gaat worden gerealiseerd, heb ik dan voor niets dat hele uitgebreide vergunning traject opgetuigd? Mijn antwoord is nee! Dat opgetuigde vergunning traject heeft er namelijk toe geleid dat je bruikbare milieuruimte ‘in portefeuille’ hebt. Met de fysieke ruimte die in Nederland steeds beperkter wordt kan de investering in een uitgebreid vergunning traject met zorgvuldige onderzoeken wel eens heel erg lonend zijn. Het terrein ‘fase II’ heeft namelijk vastgelegde milieuruimte, verworven rechten die klinkende munt waard is. Een mogelijke productieverdubbeling is verzekerd, in ieder geval aan de vergunningenkant. Zelfs bij het niet in gebruik nemen van fase II zou de investering aan de voorkant wel eens waardevoller kunnen zijn dan sparen op dit moment bij de bank.

Nu is bovenstaand voorbeeld met geluid tastbaar en vrij typisch. Het geldt echter ook voor alle andere gebieden zoals planologische verankering in een bestemmingsplan, externe veiligheid, geur of stikstofdepositie. Ook in je Waterwetvergunning of Wet natuurbeschermingsvergunning is ‘ruimte’ te verankeren. Dat laatste zeer zeker nu die bubbel nog niet gebarsten is zoals collega Eric van de Aa in zijn blog benoemt.

Een vergunning is dus zeker veel meer dan een opsomming van opgelegde beperkingen. Ik benadruk bij mijn klanten altijd de afweging van het vastleggen van rechten die een ruim ‘vergunningjasje’ voor de toekomst  kan opleveren. Onderwerpen als toekomstbestendigheid en ruimte om uit te breiden moeten in het voortraject niet worden onderschat. Een vergunning is namelijk meer dan een opsomming van verplichtingen.

 

 

 

Deel deze pagina

Posted by Ruud Keesmaat on 10/03 at 03:43 PM

Hulp bij snelle herontwikkeling winkelcentrum Meppel



Meppel kent als middelgrote regionale centrumgemeente ook de nodige binnenstedelijke uitdagingen. Zo was met het faillissement van Vroom & Dreesmann en het vertrek van de Plus-supermarkt de loop naar winkelcentrum Keyserstroom er behoorlijk uit. Daarnaast speelde er een stevige discussie over  achterstallig onderhoud aan het op het dak gelegen parkeergarage.

Dat deze situatie niet kon voort duren werd het sterkst gevoeld door de eigenaar van het winkelcentrum. Hij benaderde de gemeente met een herontwikkelingsplan met toevoeging van horeca, entertainment (bioscoop en game-room) en ontmoetingsruimte, deels ter vervanging en aanvulling op de aanwezige winkelruimte.
Dit herontwikkelingsplan sluit goed aan op de structuurvisie van Meppel en viel daarom in goede aarde. Een goed plan met een investering van ettelijke miljoenen euro’s door de ontwikkelaar. De gemeente Meppel wilde graag mee werken omdat het plan een aantal doelen diende. Niet alleen vermindering van ruimte voor detailhandel, maar ook verlevendiging van het centrum en het tegengaan van leegstand. Daarbij kwam ook nog eens de renovatie van de door de gemeente beheerde parkeergarage, inclusief afspraken over onderhoud en beheer van de parkeergarage én de basis voor een nieuwe huurdersovereenkomst.

Rho adviseurs werd benaderd voor ondersteuning bij het onderhandelingsproces. Over de belangrijkste zaken was er overeenstemming en het zou, volgens de projectleider, slechts gaan om afronding van de onderhandelingen. Alles moest zeer snel afgerond zijn omdat de vastgoedeigenaar een aanstaande vakbeurs wilde gebruikten voor extra publiciteit. Maar, zoals vaker, verlopen dit soort processen minder vloeiend dan verwacht.

Nu de overeengekomen afspraken in een overeenkomst werden gegoten bleek er toch nog behoorlijk wat zaken niet geheel te zijn afgehecht of werden anders ‘begrepen’. Rho adviseurs schoof aan bij de onderhandelingen met als opdracht het helder en begrijpelijk houden van de afspraken over de feitelijke herontwikkeling en afhechting van de claims over het onderhoud van de parkeergarage. Maar wel: meer werk aan de winkel dan vooraf door de projectleider ingeschat. Bij het opstellen van contracten geldt dan: zorgvuldigheid voor snelheid. Dat bleek goed aan te sluiten bij de ideeën van de projectleider die mede door de steun van Rho adviseurs de wethouder daarvan kon overtuigen.

In een zeer flexibel en intensief traject hebben de financiële en juridische deskundigen van Rho adviseurs gezorgd voor goede afhechting van de met de ontwikkelaar gemaakte afspraken, vastgelegd in heldere contracten. Een anterieure overeenkomst voor de feitelijke ruimtelijke ontwikkeling én een vaststellingsovereenkomst voor de  aanspraken over  onderhoud en beheer van de parkeergarage. Naast de juridische vertaling heeft Rho adviseurs  ook gezorgd dat valkuilen zijn vermeden en dat de projectleider zich zeer gesteund voelde in zowel de onderhandelingen als in de advisering aan het college van burgemeester en wethouders.

Over de dienstverlening van Rho adviseurs was de opdrachtgever uiterst tevreden. Ondanks de hick up’s is de deadline toch gehaald en de afspraken zijn goed vastgelegd.

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 10/02 at 11:54 AM

Het PAS-kaartenhuis stort in

Onlangs blogde ik over het meetnet ammoniak in natuurgebieden en over het ontbreken van actuele meetresultaten. Na kritische Kamervragen heeft minister Van der Kamp (Economische Zaken) ervoor gezorgd dat deze metingen sinds vrijdag j.l weer openbaar zijn. En zoals verwacht: de ammoniakconcentraties in Natura 2000-gebieden zijn sterk gestegen - geheel tegengesteld aan de aannames in het overheidsprogramma Aanpak Stikstof (PAS) op basis waarvan de veehouderij al weer twee jaar fors mag uitbreiden.

​Lees hier mijn volgende blog over dit onderwerp op online kennisplatfor Toets.

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 09/27 at 02:17 PM

Landbouw moet volgen, niet leiden



Hoe heeft het zo ver met de industrialisatie van ons landschap kunnen komen? Het antwoord daarop is vrij eenvoudig: we worden al decennialang geregeerd door boeren en jagers. Dat heeft geleid tot een industrieel ingericht agrarisch landschap waarin de economische exploitatie van het land voorop staat. Alle andere belangen en waarden hebben daarvoor moeten wijken. Tot nu. Het is de hoogste tijd voor een omslag.
 
Het ‘oude denken’ heeft ons internationaal in de top-drie gezet voor wat betreft de agrarische productontwikkeling, inclusief het dier de koe, grondopbrengst, agrarische technologie, export van betekenis, en meer van dit soort vooral economisch gelauwerde zaken. Er is veel opgeofferd om hier te komen ten gunste van een sector die ons landschap drastisch heeft gewijzigd en dat maar een marginale inbreng heeft in ons bruto nationaal product.
 
Daartegenover staan inmiddels hoge kosten en negatieve effecten. Zo zijn de kosten van de gezondheidszorg bijna niet meer op te brengen. Niet alleen de lichamelijke ziektes die voortvloeien uit de producten, ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en veel antibiotica vormt een regelrechte bedreiging voor de menselijke gezondheid. Er is ook een toenemend mentaal gezondheidsprobleem: mensen ervaren geen geluk en welbevinden meer in de eigen omgeving die er doods en afgesloten bij ligt.
 
Hoge prijs
 
Daarnaast betalen we een hoge prijs om onze voeten droog te houden in het steeds verder inklinkende land. De kosten vanwege onder meer verzakkende infrastructuur en bebouwing worden hoger en hoger. Negatieve effecten zijn voorts het bijna uitgewoonde veenweidelandschap, waarin de landbouw op de huidige wijze niet al te lang meer kan worden voortgezet.
 
Datzelfde veenweidelandschap staat, vanwege de lage waterstand ten gunste van de moderne landbouw, hoog in de lijst van veroorzakers van CO₂-uitstoot in Nederland. De flora en fauna is vrijwel uit het agrarisch landschap verdwenen. Dat verlies aan biodiversiteit is niet alleen dramatisch voor de dieren en planten zelf, maar vormt ook een bedreiging voor ons welzijn en ons voortbestaan.
 
Op meerdere terreinen bundelen inmiddels burgers hun krachten omdat zij zich niet langer kunnen verenigen met de wijze waarop met de aarde wordt omgegaan. Een goed voorbeeld is de energietransitie waarbij op lokaal niveau energiecorporaties worden opgericht om niet langer afhankelijk te zijn van de grote maatschappijen.
 
Vanuit de samenleving ontstaat ook steeds meer weerstand tegen de gevolgen van de gangbare landbouw. De vele ziektes, de schandalen met voeding en de doodsheid van het industrieel landschap leiden ertoe dat mensen zich gaan verzetten. Er is al een omslag in het denken ontstaan: op lokaal niveau slaan burgers en boeren de handen ineen om op een andere, duurzame wijze met het landschap en de landbouw om te gaan. Daarbij is meer oog voor biodiversiteit en een evenwichtige duurzame balans tussen economie en natuur. Een mooie omgeving biedt veel grotere economische mogelijkheden en nieuwe impulsen.
 
Deze ontwikkeling past in het nieuwe denken waarvoor de Omgevingswet ruimte biedt. De nieuwe wet brengt een aantal thema’s in het fysieke domein samen. Onder fysieke leefomgeving worden veel meer ruimte voor kwaliteit en de waarden van de omgeving begrepen. Zij worden gebundeld in begrippen als ‘gezondheid’, ‘leefbaarheid‘, ‘duurzaamheid’ en ‘veiligheid’, mede ook in relatie tot de intrinsieke waarde van mens en dier.
 
Bedreiging
 
Als we de ontwikkeling van de landbouw van de afgelopen decennia afzetten tegen die nieuwe thema’s, dan scoort die landbouw op alle fronten negatief. De huidige op intensivering en grootschaligheid inzettende landbouw is niet langer leefbaar, is een bedreiging voor de gezondheid en is niet duurzaam.
 
Simpelweg is de conclusie gerechtvaardigd dat op basis van een goede gezonde en veilige fysieke leefomgeving het niet mogelijk is om de huidige landbouw en het huidige gebruik van het landschap vanuit het huidige economisch agrarisch perspectief voort te zetten. Het loslaten van de landbouw als enig economisch perspectief in het landelijk gebied is niet alleen noodzakelijk, maar is een logisch gevolg van de inrichtingsprincipes waarom de nieuwe thema’s vragen.
 
Dat het zo ver heeft kunnen komen is toch minder vanzelfsprekend als we kijken naar wat er allemaal aan beschermingsmogelijkheden (-verplichtingen) voorhanden is. Het voert te ver om al die verdragen, wetgeving, verordeningen en plannen te noemen. Maar, het is op zijn minst dubieus dat zó veel instrumenten niet leiden tot een goed beschermingsniveau. Ook zijn er talrijke onderzoeken waarin economisch perspectief van een mooi landschap, behoud van cultureel erfgoed, natuurgebieden, recreatie en toerisme én een veilige en gezonde leefomgeving prevaleren boven de inrichting enkel en alleen ten gunste van de landbouw.
 
Omslag

 
Alles wijst er op dat de huidige landbouw een omslag móet maken. Het oude denken van schaalvergroting en intensivering is passé gezien de fysieke staat van het landschap, de desastreuze ineenstorting van de biodiversiteit, de fysieke en mentale staat van de mens én het economisch perspectief. We kunnen niet langer in ons kleine land de illusie hooghouden dat we de hele wereld kunnen voeden. Het is niet langer te verkopen dat we de industriële landbouwachtertuin van Zuidoost-Azië zijn.
 
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid tot een transitie van denken in het landelijk gebied. De overheid moet nu samen met de samenleving een keuze maken om een andere weg in te slaan, waarin de landbouw niet langer leidend, maar volgend is. Juist die omslag in denken biedt veel mogelijkheden voor een moderne en economisch duurzaam gezonde landbouw die veel beter aansluit bij de omgeving, uitgaat van een natuurlijk en duurzaam evenwicht en die met een menselijke maat van de samenleving deel uit gaat maken.
 
Tijdens meerdere bijeenkomsten met ondernemers, experts en burgergroeperingen klonk recent het algemene geluid dat het al lang geen vijf voor twaalf meer is, maar op zijn minst half één. Er is een grote urgentie om te komen tot een duurzamer, leefbaarder en gezonder leefomgeving, al was het alleen maar voor ons eigen voortbestaan.
 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 08/11 at 09:12 AM

Bestaat het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden nog?

Hoe is het toch met het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN)? Na 'onthutsende' meetresultaten in 2014 is het wel heel erg stil geworden, schrijft onze adviseur Eric van der Aa in zijn column in vakblad Toets.

Deel deze pagina

Posted by Foekje Ankersmit on 07/14 at 01:10 PM

Windmolenpark Hattemerbroek een stap dichterbij

Windmolens. In Nederland zijn ze al sinds eeuwen aanwezig. Vroeger bedrijfsmatig gebruikt voor bijvoorbeeld het malen van meel uit graan, voor het zagen van planken uit bomen, voor het bemalen van polders en droogmalen van droogmakerijen. Deze windmolens zijn een belangrijk kenmerk geworden voor het Nederlandse landschap. Ze worden gewaardeerd door de Nederlanders, maar zijn vooral ook een toeristische trekpleister.



Tegenwoordig hebben windmolens een ander doel. De nieuwste windmolens zijn bedoeld om schone energie op te wekken; groene energie dus. Waar de windmolens van vroeger worden gewaardeerd, zijn de moderne molens vaak een onderwerp van discussie. In ieder geval onder de bewoners van de gebieden waarin ze worden geplaatst.

De realisatie van een windmolenpark - hoe groot ook - gaat vaak gepaard met langdurige procedures. De energieleveranciers zijn vóór de bouw van molens om zo groene energie te kunnen verkopen. De omwonenden zijn vooral tégen de bouw van de molens vanwege het uitzicht, schitteringen en geluidoverlast. Het gemeentebestuur en de -raad zitten hier tussenin en moeten de belangen goed tegen elkaar afwegen; duurzame energie versus overlast voor de omgeving. Een lastige afweging, omdat je nooit iedereen tevreden kunt stellen.

Dit gold ook voor het windmolenpark Hattemerbroek. Een windmolenpark dat nabij de provincialeweg N50 en het knooppunt Hattemerbroek in de gemeente Oldebroek moet komen. Een langlopend proces, waarbij veel hobbels moesten worden genomen. Op een gegeven moment leek het project zelfs te stranden.

De gemeente Oldebroek wilde toch graag door met dit project en ook de provincie Gelderland steunde het initiatief. Daarom werd ik in 2015 gevraagd om de gemeente te helpen. In de afgelopen twee jaar heb ik de gemeente, op detacheringsbasis, ondersteund bij de verschillende stappen in de procedure van het bestemmingsplan voor het park. Een plan-mer werd opgesteld, het bestemmingsplan werd opgesteld en al snel werd besloten om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren. Daarmee werd besloten de procedures van de verschillende benodigde vergunningen en van het bestemmingsplan gelijktijdig te laten lopen. Een hele organisatie, omdat niet alleen ‘gewone’ omgevingsvergunningen nodig waren, maar bijvoorbeeld óók een watervergunning van het waterschap Vallei en Veluwe en een vergunning Wet natuurbescherming van de provincie Gelderland.

Ondanks deze complexiteit en de grote hoeveelheid ingediende overlegreacties en zienswijzen bleef de procedure vlot doorlopen. Alle betrokken partijen zetten zich hier vol voor in. Op 6 juli jl. kwam een bericht van de gemeentelijk projectleider in mijn WhatsApp: de gemeenteraad had het bestemmingsplan vastgesteld met een grote meerderheid; een fantastische mijlpaal in dit project.

De schop kan nog niet helemaal de grond in, want eerst staat nog beroep open tegen de genomen besluiten. Het schiet nu echter wel op. En dat is maar goed ook, want met de realisatie van het windmolenpark Hattemerbroek zijn we weer een stap dichter bij een duurzamer Nederland.

​Meer weten? Bezoek de speciale website en bekijk de video.

Deel deze pagina

Posted by Ruud Louwes on 07/05 at 03:45 PM

De toekomst van dorpscentrum en woonboulevard

Stelt u zich eens voor dat u op de woonboulevard een meubelzaak en een bouwmarkt wilt bezoeken en u treft ook allerhande andere winkels aan, zoals een boekhandel, juwelier en de modezaken. Die verwacht u toch in het dorpscentrum? Het is de wereld op zijn kop, denkt u wellicht.

In ons Nederlands stelsel zijn we gewend aan een zo sterk mogelijk dorpscentrum met allerlei reguliere detailhandel en, aan de rand van de gemeente, een woonboulevard ingericht rond het thema wonen. Hiervoor gelden bestemmingsplannen waarin zo’n indeling is vastgelegd. Dit voorkomt leegstand in een centrumgebied door wegtrekkende winkels naar de woonboulevard.

Of we met ons Nederlands systeem voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn, daar zijn twijfels over. Sommigen vinden dat in een bestemmingsplan zo’n onderscheid tussen winkelbranches niet kan worden gemaakt. Dit wordt nog wel eens tussen marktpartijen en gemeenten uitgevochten. Doorgaans is de Afdeling bestuursrechtspraak in Den Haag het strijdtoneel. Op dit moment is het Hof van Justitie in Luxemburg de arena  waar de degens worden gekruist.

​Lees de rest van deze blog van collega Ruud Louwes op de website van het Platform voor Transformatie en Renovatie.
 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 06/08 at 01:33 PM

Nederland geeft €1,25 miljard uit aan agrarisch stikstofcircus

De Nederlandse veehouderij staat voor het onvermijdelijke plan B: een forse inkrimping van de veestapel. Dat zegt adviseur ruimtelijke ordening Eric van der Aa van Rho adviseurs in een blog in het vakblad Foodlog. In twee afleveringen legt hij uit dat het mogelijk een verstandige aanpak is omdat de agrarische sector ruimte wegneemt veel rendabeler activiteiten in ons land.

​Je leest deel één hier. Deel twee lees je hier.


 

Deel deze pagina